Hartstichting waarschuwt voor tekort aan reanimatievrijwilligers

17 / 02 / 2026
Drie personen in de gezondheidssector

De Hartstichting slaat alarm over een tekort aan reanimatievrijwilligers in Nederland. Volgens de organisatie zijn er in meerdere regio’s te weinig mensen beschikbaar om snel eerste hulp te verlenen bij een hartstilstand. Veel potentiële vrijwilligers zouden zich niet aanmelden uit angst om fouten te maken. De Hartstichting benadrukt dat snelle reanimatie de overlevingskans aanzienlijk vergroot.

Wat signaleert de Hartstichting?

De Hartstichting wijst erop dat bij een hartstilstand elke minuut telt. Wanneer omstanders direct starten met reanimeren en een automatische externe defibrillator (AED) wordt ingezet, stijgt de overlevingskans aanzienlijk.

Toch blijkt dat het netwerk van burgerhulpverleners in sommige gebieden onvoldoende dekking heeft. Vooral buiten stedelijke regio’s kan het langer duren voordat vrijwilligers ter plaatse zijn.

Waar komt het tekort vandaan?

Volgens de Hartstichting is een belangrijke reden voor het tekort dat mensen bang zijn om iets verkeerd te doen. Die angst is volgens de organisatie grotendeels ongegrond. In Nederland zijn mensen die te goeder trouw hulp verlenen juridisch beschermd.

Daarnaast blijkt dat veel mensen niet weten hoe laagdrempelig een reanimatiecursus is. Met een korte training kunnen burgers leren hoe zij moeten handelen bij een hartstilstand.

Wat zijn de gevolgen van te weinig vrijwilligers?

Bij een hartstilstand buiten het ziekenhuis is snelle actie cruciaal. Ambulancediensten streven ernaar snel ter plaatse te zijn, maar in de eerste minuten zijn omstanders vaak bepalend.

Een tekort aan reanimatievrijwilligers kan ertoe leiden dat in bepaalde gebieden later wordt gestart met reanimatie of dat er geen AED beschikbaar is voordat professionele hulp arriveert. Medisch onderzoek toont aan dat de overlevingskans per minuut zonder reanimatie aanzienlijk daalt. Wanneer de bloedsomloop niet snel wordt hersteld, neemt het risico op hersenschade toe door zuurstoftekort.

De Hartstichting benadrukt dat een goed dekkend netwerk van burgerhulpverleners een essentiële aanvulling vormt op de professionele hulpverlening.

De Hartstichting benadrukt dat een goed dekkend netwerk van burgerhulpverleners een essentiële aanvulling vormt op de professionele hulpverlening. In gebieden waar voldoende vrijwilligers actief zijn, wordt doorgaans sneller gestart met reanimatie en is de kans groter dat een AED tijdig wordt ingezet. Dat vergroot de kans op herstel zonder blijvende schade aanzienlijk.

Reacties van betrokken organisaties

De Hartstichting roept mensen op zich aan te melden als reanimatievrijwilliger via bestaande oproepsystemen. Ook wordt gewezen op het belang van het volgen van een erkende reanimatiecursus.

Gemeenten en veiligheidsregio’s ondersteunen initiatieven om meer mensen te bereiken en drempels weg te nemen.

Huidige situatie in Nederland

In Nederland krijgen jaarlijks duizenden mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. Hoewel het aantal vrijwilligers de afgelopen jaren is toegenomen, blijft uitbreiding nodig om in alle regio’s voldoende dekking te realiseren.

Dat betekent dat niet overal binnen enkele minuten met reanimatie kan worden gestart. Hulporganisaties streven naar een zo fijnmazig mogelijk netwerk, zodat bij een melding altijd meerdere vrijwilligers in de directe omgeving worden gealarmeerd.

Voorlichting en bewustwording moeten volgens de Hartstichting bijdragen aan een groter netwerk van hulpverleners.

Wat betekent dit op langere termijn?

De oproep van de Hartstichting onderstreept het belang van burgerparticipatie bij noodsituaties. Meer vrijwilligers kunnen bijdragen aan snellere hulpverlening en hogere overlevingskansen.

Volgens de organisatie is het verminderen van angst en het vergroten van kennis essentieel om het tekort structureel terug te dringen.

Bronnen