Surinaamse migratie Nederland: vijftig jaar veranderingen en nieuwe kansen

Volgende week is het precies vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Sinds die historische gebeurtenis verhuisden meer dan 250.000 Surinamers naar Nederland. Op dit moment woont hier een groep van 181.000 Nederlanders die in Suriname zijn geboren. Deze beweging vormt een belangrijk onderdeel van de Surinaamse migratie Nederland en laat zien hoe hecht beide landen nog altijd met elkaar verbonden zijn.
Eerste generatie had een moeilijke start
De eerste generatie Surinamers die zich na 1975 in Nederland vestigde, kreeg het sociaal en economisch zwaar. Veel nieuwkomers spraken weinig Nederlands of kenden de Nederlandse samenleving niet goed. Daardoor vonden zij minder snel passend werk of mogelijkheden om door te groeien. Jongere generaties benutten die kansen juist veel beter. Onderzoek laat zien dat zij zich sterk ontwikkelen en hun positie stap voor stap verbeteren.
Hoe de migratie begon
Tot 1975 was Suriname een Nederlandse kolonie. Al vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog groeide het idee dat Suriname op eigen benen moest staan. In 1954 kregen Suriname en de Nederlandse Antillen meer bestuurlijke zelfstandigheid. Toch duurde het tot de jaren 60 voordat steeds meer Surinamers om economische redenen naar Nederland trokken. De economie in Nederland groeide, terwijl Suriname juist met tegenslag kampte.
In 1973 versnelde het onafhankelijkheidsproces. Onder leiding van premier Henck Arron zette de Surinaamse regering in op onafhankelijkheid in 1975. Hierdoor ontstond een grote migratiegolf. In het onafhankelijkheidsjaar arriveerden bijna 40.000 Surinamers in Nederland. Zij zagen het als een kans om hun toekomst veilig te stellen. Van die groep woont nu nog ongeveer 17.000 mensen hier.
Veranderende groepen migranten
Na 1975 veranderde de samenstelling van de Surinaamse migranten. Waar de eerste golf vooral uit mensen uit Paramaribo bestond, volgden daarna ook plattelandsbewoners. Zij spraken vaak geen Nederlands, wat de overgang behoorlijk moeilijk maakte. In 1979 en 1980 ontstond een tweede migratiepiek. Surinamers konden tot vijf jaar na de onafhankelijkheid nog eenvoudig de Nederlandse nationaliteit aanvragen. Veel mensen besloten op het laatste moment alsnog te vertrekken.
Meer vrouwen dan mannen
Van de Surinaamse gemeenschap in Nederland is een groter deel vrouw dan man. Dat komt onder meer doordat Nederland in de jaren 60 en 70 actief vrouwen wierf voor zorg- en huishoudelijke beroepen. Daarnaast namen Surinaamse vrouwen zelf vaker het initiatief om voor werk of een beter leven te verhuizen.
Grote verschillen tussen generaties
De eerste generatie Surinamers heeft nog steeds een achterstand vergeleken met autochtone Nederlanders. Veel nieuwkomers konden hun talent niet volledig benutten door taalbarrières of een moeilijke startpositie. De tweede en derde generatie doen het juist opvallend goed. Zij presteren vergelijkbaar met andere Nederlanders en benutten hun kansen op de arbeidsmarkt volop. Volgens experts maken jonge Surinamers duidelijk een inhaalslag.
Waar Surinamers in Nederland wonen
Surinamers wonen vooral in stedelijke gebieden. Almere is koploper: daar heeft 11,5% van de inwoners Surinaamse roots. Ook in steden als Amsterdam en Rotterdam leven grote Surinaamse gemeenschappen. Volgens onderzoekers komt dit doordat mensen zich graag vestigen in buurten waar familie of bekenden wonen. Daarnaast biedt een stad meer werkgelegenheid.
Migratie na 1980
In 1980 pleegde Desi Bouterse een militaire staatsgreep. Vanaf dat moment werd migratie naar Nederland lastiger, waardoor de aantallen daalden. In de jaren 90 kwamen er jaarlijks nog ongeveer 8000 Surinamers naar Nederland. Daarna zakte dat aantal verder. Sinds een paar jaar stijgen de cijfers weer licht, maar blijven ze onder de 5000 per jaar. De oorzaak van die recente stijging is nog niet duidelijk.








