Raad voor Cultuur pleit voor wetgeving om artistieke vrijheid te beschermen

De artistieke vrijheid beschermen is volgens de Raad voor Cultuur steeds urgenter. In een nieuw advies waarschuwt het orgaan dat kunstenaars in Nederland toenemend onder druk staan en pleit het voor wetgeving die hun vrijheid beter borgt. Door polarisatie en de opkomst van populistische partijen neemt de dreiging toe, zegt voorzitter Kristel Baele. “Het gevaar is groot en kan nog verder groeien.”
Afkeer of kritiek op kunst is niet nieuw, maar volgens de Raad voor Cultuur gaat die tegenwoordig vaker gepaard met intimidatie en bedreigingen. “We krijgen signalen van kunstenaars die persoonlijk worden bedreigd,” aldus Baele in het NOS Radio 1 Journaal. “Discussie over kunst hoort erbij, maar wanneer de veiligheid in het geding komt, staat de artistieke vrijheid onder druk.”
Intimidatie als vorm van censuur
Uit gesprekken met tientallen kunstenaars en bestuurders blijkt dat maatschappelijke druk steeds vaker leidt tot zelfcensuur. Tegenstanders proberen te voorkomen dat bepaalde kunst wordt vertoond of besproken. Volgens de Raad is dit een zorgelijke ontwikkeling. “Dit is een vorm van censuur,” stelt Baele.
Vooral kunst die raakt aan thema’s als seksualiteit en lhbti ligt regelmatig onder vuur. Ouders en actiegroepen proberen soms voorstellingen of exposities te weren. “Terwijl niemand verplicht is te komen kijken,” zegt Baele. “Een democratie draait juist om het naast elkaar bestaan van verschillende meningen.”
Ook internationale conflicten spelen een rol. De oorlogen in Oekraïne en Gaza leidden tot boycotoproepen tegen Russische, Israëlische en pro-Palestijnse kunstenaars. Volgens de Raad ondermijnt dit het principe dat instellingen vrij moeten zijn om te programmeren wat zij willen.
Artistieke vrijheid beschermen tegen politieke inmenging
De Raad voor Cultuur benadrukt dat de grens van de kunstvrijheid al bestaat: het strafrecht. “Die grens wordt bepaald door de rechter, niet door politici of subsidieverstrekkers,” zegt Baele. Om die reden is het volgens de Raad noodzakelijk om de artistieke vrijheid beschermen expliciet vast te leggen in wetgeving.
Daarbij wordt verwezen naar het zogenoemde Thorbecke-principe, dat stelt dat de overheid zich niet mag bemoeien met de inhoud van kunst. Dat principe bestaat al in de praktijk, maar is niet wettelijk vastgelegd. De Raad vindt dat dit alsnog moet gebeuren, om kunstenaars beter te beschermen tegen druk van buitenaf.
Ook sector zelf aan zet
Naast wetgeving ziet de Raad ook een rol voor de culturele sector zelf. Instellingen moeten beter voorbereid zijn op maatschappelijke discussies en het gesprek met het publiek blijven voeren. Daarnaast kan kunstonderwijs bijdragen aan meer begrip voor de rol van kunst in de samenleving.
Volgens Baele laat de situatie in de Verenigde Staten zien wat er kan gebeuren als bescherming ontbreekt. “Daar zien we steeds vaker politieke inmenging in kunstinstellingen, bijvoorbeeld via benoemingen. Dat is zorgelijk, want kunst moet juist ruimte bieden aan alle geluiden in de samenleving.”








