Praktisch opgeleide vrouwen vaak financieel afhankelijk en dragen meeste zorgtaken

Ruim twee derde van de praktisch opgeleide vrouwen voldoet niet aan de definitie van financiële zelfstandigheid. Dit blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De groep omvat ongeveer 1,3 miljoen vrouwen die minder vaak betaald werk hebben of minder uren werken dan vrouwen met een theoretische opleiding.
Deeltijdwerk en lager uurloon beperken zelfstandigheid
Bij werkende praktisch opgeleide vrouwen gaat het vaak om kleine deeltijdbanen. Het uurloon is vaak niet genoeg om financieel zelfstandig te zijn. Volgens het SCP zouden deze vrouwen gemiddeld anderhalf tot twee keer zoveel moeten werken om hetzelfde te verdienen als vrouwen met een hbo- of universitaire opleiding.
Financiële onafhankelijkheid betekent volgens de overheid dat iemand voldoende inkomen heeft om zichzelf en eventueel de kinderen te onderhouden. Voor praktisch opgeleide vrouwen is dit vaker moeilijk te bereiken.
Zorgtaken en traditionele rolpatronen
Veel vrouwen in deze groep dragen het grootste deel van de zorgtaken in huis. Ze zorgen voor kinderen en soms voor ouders. Ongeveer 30 procent vindt dat vrouwen beter geschikt zijn voor opvoeding, tegenover 17 procent van de theoretisch opgeleide vrouwen.
Toch groeit de aandacht voor een gelijke verdeling van werk en huishouden. Steeds meer praktisch opgeleide vrouwen vinden dat belangrijk.
Emancipatie gaat verder dan inkomen
Volgens het SCP voelen veel vrouwen zich geëmancipeerd, ondanks dat ze financieel afhankelijk blijven. Voor hen betekent emancipatie vooral regie over het eigen leven, zoals tijd voor sociale activiteiten, vrijwilligerswerk of mantelzorg.
Daarom adviseert het SCP dat beleid rond emancipatie niet alleen op inkomen focust. Betaald verlof en toegankelijke kinderopvang zijn eveneens cruciaal om zelfstandigheid te vergroten.








